Een project om te koesteren

Onderzoek toont meerwaarde project ‘Veilig en gezond gedrag in de installatietechniek’ aan

ArboTechniek levert met haar ambassadeurs, arbo-adviseurs en leerkringen een belangrijke bijdrage aan veilig en gezond werken. Dat is één van de conclusies van het onderzoek dat Kees Le Blansch uitvoerde naar het project ‘Veilig en gezond gedrag in de installatietechniek’, dat financieel wordt ondersteund door het Europees Sociaal Fonds (ESF). Kees onderzocht de effectiviteit van het project.

Dr. Kees Le Blansch is onderzoeker op gebied van veilig werken, fysieke risico’s en arbeidsomstandigheden. De afgelopen maanden heeft hij een evaluatieonderzoek uitgevoerd naar het project ‘Veilig en gezond gedrag in de installatietechniek’. “In mijn evaluatie heb ik gekeken naar de drie belangrijkste onderdelen van dit project van ArboTechniek: de ambassadeurs, de arbo-adviseurs en de leerkringen. Alle drie activiteiten hebben als doel de bedrijven in de branche te bereiken en te voorzien van ondersteuning op gebied van veilig en gezond werken. Een belangrijke andere doelstelling is dichter op de bedrijven te zitten en beter te weten komen wat ze willen. ArboTechniek, een programma van de sociale partners, vervult met dit project dus een duidelijke haal- en brengfunctie.”

De doelgroep vasthouden

De afgelopen twee jaar is vanuit het project onder meer ingezet op ambassadeurs. Ambassadeurs zijn regiomanagers en relatiebeheerders van Techniek Nederland, en regiomanagers bedrijven en branchecoaches van Wij Techniek. Zij bezoeken bedrijven in de installatiebranche en maken hen bekend met de producten en diensten van ArboTechniek zoals toolboxen en de arbocatalogus, maar ook de arbo-adviseurs en leerkringen.

 

De adviseurs geven bedrijven kosteloos advies over veilig en gezond werken, terwijl de leerkringen de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen arbo-functionarissen van bedrijven faciliteren. Kees: “De keuze voor de ambassadeurs heeft geleid tot een ‘warme’ agendering van het thema veilig en gezond werken bij de bedrijven. Verder werd op deze manier doorverwezen naar de adviseurs, waar voornamelijk het mkb gebruik van maakt. En naar de leerkringen, waar vooral de grotere bedrijven aan meedoen. Zo slaagt ArboTechniek erin de doelgroep vast te houden op het thema. Een gouden greep!”

Praktische tips en specifieke hulpvragen

Welke hulpvragen liggen er vooral bij de bedrijven? Volgens Kees is er een belangrijk onderscheid tussen de kleinere en wat grotere bedrijven. “Mkb’ers staan vaak wat verder af van het arbobeleid en de wettelijke verplichtingen. Zij zijn heel erg geholpen met een adviseur die laat zien hoe ze hier praktisch mee aan de slag gaan en hen er bovendien van doordringt waaróm ze het moeten doen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het invullen van een RI&E en het opstellen van een plan van aanpak.”

 

“Daarnaast is er een kleine groep met specifiekere hulpvragen, zoals hoe je meer mensen kunt verleiden een toolboxmeeting te bezoeken. Grotere bedrijven, die vooral aan de leerkringen deelnemen, hebben vragen van een hele andere orde. Zij hebben complexere beïnvloedingsvraagstukken en specialistische vragen. In de leerkringen wordt daarop gereflecteerd met veel onderlinge interactie.”

Veel impact

De ingezette middelen blijken heel effectief te zijn, aldus Kees. Hij legt uit: “Het project heeft dankzij de ambassadeurs een enorm bereik en de impact is groot. Vooraf werd gemikt op het bereiken van 500 bedrijven; maar dit is tot nu toe het tienvoudige gebleken. Een fantastisch resultaat. Over de adviseurs heb ik daarnaast alleen maar positieve woorden gehoord, dat moet echt gezegd worden. Volgens mijn evaluatie zijn de adviseurs kundig en hebben ze veel sectorkennis, en vinden bedrijven hun diensten heel concreet. In de gesprekken die ik heb gevoerd bleek ook dat deze adviseurs het echt in de vingers hebben. Je moet recht voor je raap zijn, goed kunnen meepraten en je kunnen identificeren met het bedrijf waar je op bezoek bent. Het kwam heel duidelijk naar voren dat de adviseurs over deze kwaliteiten beschikken én dat dit zeer hoog werd gewaardeerd. Bovendien halen de adviseurs ook cijfermatig keurig hun target.” En hoe zat het met de leerkringen? Kees: “Daar zag ik een wisselend beeld. De leerkringen waar een klein aantal mensen aanwezig was, vielen gaandeweg min of meer uit elkaar. Dit terwijl het concept in een groter verband een enorm succes was en deelnemers veel van elkaar leerden. Mijn onderzoek toont het belang aan van een hele strakke intake en eerste bijeenkomst, zodat iedereen een goed idee heeft van elkaars commitment en de groep echt een groep blijft.”

"Deze rechtstreekse benadering is onovertroffen."

Kees Le Blansch

Verbeteringen

Zijn er verder zaken voor verbetering vatbaar? “Die zijn er altijd”, aldus Kees. “In het geval van dit project zijn de verbeterpunten heel concreet. De haalfunctie, het dichter bij de bedrijven komen bijvoorbeeld. Hetgeen door de adviseurs en in de leerkringen wordt opgehaald is zeer waardevolle informatie. Niet alleen voor ArboTechniek, maar ook voor de sociale partners en de branche als geheel. In een vervolg kan dit nog beter worden gestructureerd én geborgd. Daarnaast zouden de ambassadeurs iets beter geëquipeerd kunnen worden voordat ze langs gaan bij de bedrijven. Ze moeten misschien nog beter weten wat ArboTechniek ze kan aanbieden en hoe activiteiten van de sociale partners en ArboTechniek gecombineerd kunnen worden. Maar in algemene zin is dit een heel positief project. Er is een duidelijke behoefte waarin wordt voorzien.”

 

Deze basis is goud waard

Het project heeft natuurlijk niet alles opgelost; veilig en gezond werken heeft voortdurend onderhoud nodig. De kracht zit in de herhaling. En het middel – de rechtstreekse benadering – is onovertroffen. Deze basis is goud waard en die moet je koesteren.” Moet het project wat Kees betreft worden voortgezet? “Mijn advies zou zijn: ‘besteed voldoende aandacht aan de zaken die beter kunnen, maar ga er vooral mee door!’”